• Columnist Jan Beyer heeft zijn 200ste column voor de Stad Tiel geschreven.

    Raphael Drent

In de klei

De stoelendans om de wethouderszetels is begonnen. Wie durft er te besturen? Wie in het college van B en W stapt, weet dat het risico van een electorale afstraffing op de loer ligt. De kiezer is steeds wispelturiger geworden en wil over vier jaar weer wat nieuws. Daar gaat dan je verkiezingswinst. Het is de hedendaagse tragiek van het wethouderschap. Is daar een medicijn voor? Misschien wel. Neem in ieder geval wethouders die met hun voeten in de Betuwse klei hebben gestaan, zou ik willen adviseren. Bestuurders die geworteld zijn in de eigen gemeente. Bestuurders die bij ons horen. D66 in Tiel denkt daar anders over. Deze partij komt met een wethouderskandidaat uit Zevenaar aanzetten. Een ongetwijfeld alleraardigste mevrouw, maar ze heeft in Tiel nog geen enkele kiezer in de ogen gekeken. Wat weet ze van Tiel? Misschien heeft ze het idee dat Zinder een spookhuis op de Tielse kermis is. Of dat we met de Agnietenhof een complex volkstuintjes bedoelen. Ik noem maar wat. De gemeenten Buren en Tiel hebben al jaren geleden ervaring opgedaan met zo'n wethouder van vreemde bodem. Die in Buren, de PvdA'er Wim Hompe, heeft maar liefst drie wethouderszetels versleten. Hij huppelde van Nijmegen via Buren naar Geldermalsen. Een soort wethouder op bestelling. Over binding met je kiezers gesproken. ProTiel verrijkte het college destijds met een import-wethouder via een advertentie. De beste sollicitant was Alfons Schrijvers uit Renkum, die ook heg noch steg in Tiel wist. Hij zou als politieke insider de Tielse regenten wel even te lijf gaan, zo werd van hem verwacht. Van zijn bestuurlijke daadkracht kan ik me weinig herinneren. Alleen zijn onuitputtelijke drang om de hele dag selfies te maken is me bijgebleven. Het leverde hem in het stadhuis de bijnaam Mister Selfie op. Uiteindelijk was dat de oogst van de advertentie.

Soms verlang ik weer naar wethouders die vergroeid zijn met hun gemeente, die nog lokaler dan lokaal zijn. Naar een man als Kobus Ton, ooit wethouder in de opgedoekte gemeente Ophemert. Kobus had een boerenbedoeninkje, het wethouderschap was een bijbaan. De gemeentebode kwam bij hem langs om hem stukken te laten tekenen. Als Kobus dan op het land bezig was, banjerde de bode langs de boerenkoolplanten naar hem toe. De wethouder veegde de blubber van zijn handen af aan zijn broekspijpen en zette zijn handtekening. Ik zei het al; ik hou van wethouders die met hun voeten in de Betuwse klei hebben gestaan. Maar zo letterlijk als Kobus dat deed, hoeft u dat toch ook weer niet te nemen.

Jan Beijer

(reageren: jbeijer@upcmail.nl)