Onkruid

Bewegen, bewegen, bewegen. Dat bindt mijn fysiotherapeut mij elke keer op het hart als hij mijn nieuwe heup onder handen neemt. Dus loop ik dagelijks op z'n minst twee rondjes door mijn wijk. Ik zie die wijk helaas aftakelen door de overdaad aan onkruid langs straten en paden. Het is vooral langs de wandelpaden zo hoog geworden dat de oorspronkelijke struiken er soms helemaal door bedolven worden. Hoe krijgen ze dat in vredesnaam weer schoon, vraag ik me steeds weer af als ik deze verwildering rustig wandelend aanschouw. Daar mag wel een heel peloton tuinwerklieden voor opgetrommeld worden. Werklieden? Dat zijn volgens mijn beleving gemotiveerde mannen die zorgvuldig schoffelen en de troep opruimen. Personeel dat nog plezier heeft in het werk. Maar die categorie bestaat niet meer. Ze hebben plaats gemaakt voor haastige figuren die hier en daar als kikkers uit geprivatiseerde busjes springen met een of ander stuk herriemakend apparaat in de aanslag, even het groen beroeren en dan na een half uur al weer in de bus zitten. Op naar de volgende klus. Wat ze aan onderhoud hebben gepresteerd is met het blote oog nauwelijks waar te nemen. Er wordt veel over geklaagd in de wijk. Zo ga je toch niet met het kostbare groen om. Gelukkig gloort er hoop. Buurtbewoners vertelden mij dat ze vorige week een heuse wethouder, geëscorteerd door een ambtenaar met een grote map onder de arm, door de wijk hebben zien struinen. Ze dachten dat het de wethouder van Onkruid en Achterstallig Onderhoud of iets dergelijks geweest moest zijn. Nu maar hopen dat deze visite een daadkrachtig groenbeleid zal opleveren. En dat de AVRI die het onderhoud uitvoert, er op bestuurlijk niveau van langs zal krijgen.

Intussen heb ik op mijn wandelrondjes al zoveel onkruid gezien, dat ik er vreemd van gedroomd heb. In dromenland zag ik de brandnetels aan de rand van mijn tuin zo onstuimig groeien dat zelfs het slaapkamerraam bereikten. Het raam zag er helemaal groen van. Je zou het een brandnetel-verduistering kunnen noemen. Een eng schouwspel, ik kreeg het er warm van. Zo warm had ik het tussen de lakens van onze boxspring nog nooit gehad. De ganse echtelijke sponde leek in de fik te staan. Ja, wat voor gekkigheid een mens allemaal niet kan dromen. Natuurlijk, dromen zijn bedrog, ik weet het. Maar onkruid niet. Onkruid vergaat niet. Zeker niet als het door de Avri onderhouden wordt.

Jan Beijer

(reageren: jbeijer@upcmail.nl)