Oplawaai

Ik ben u nog wat schuldig. Een bedankje, dat ik hierbij aan u overbreng. Tientallen mensen hebben mij sterkte gewenst bij mijn heupoperatie. Dat heeft zeker geholpen. Het gaat goed, ook al is het nooit verstandig om de huid te verkopen voor de beer geschoten is, om met mijn chirurg te spreken. Zes weken heb ik mij met krukken verplaatst en daarbij is een wereld voor me open gegaan. Bij mij is het maar tijdelijk, maar je zult altijd aangewezen zijn op een rolstoel of een ander hulpmiddel om je te verplaatsen. Nu pas besef is hoe triest de samenleving er voor de lichamelijk gehandicapte medemens uit kan zien. In mijn krukkentijd zag ik de mensen vragend naar me kijken als ik voetje voor voetje en met een van transpiratie parelend voorhoofd voorbij kwam. Wat zou die man hebben? Vrijwel niemand vroeg mij dat rechtstreeks, ik werd min of meer genegeerd. Mijn vrouw die pal naast mij liep werd doorgaans wel aangesproken. Wat is er aan de hand met uw man? Op dat moment had ik de neiging om keihard te gaan schreeuwen dat ik aan mijn heup geopereerd was. Tegen iedereen die het maar horen wilde. Vooral in de supermarkt is het oppassen geblazen voor een mens met krukken, zo heb ik ervaren. Een langs de schappen struinende vrouw botst met haar fors uitgevallen achterwerk pardoes tegen me aan. Ik dreig om te vallen. Sorry, meneer, ik had u niet gezien. Een boom van een kerel met twee krukken niet gezien? Haastig winkelt ze door. De grootste ellende die de krukkende mens kan overkomen is een ritje met de auto over de van drempels bulkende straten in dorpen en steden, Tiel voorop. Mijn vrouw zit achter het stuur. Ik krijg bij elke drempel een oplawaai, die ik in mijn onderlijf voel als een nieuwe operatie. Maar dan eentje zonder de verdoving van de ruggenprik. Het kan nog erger. Je zult maar met een acute blindedarmontsteking in een haastige ambulance over zo'n drempel denderen. Je mag blij zijn dat je het overleeft. Waar komt die drempelgekte toch vandaan?, zo vraag ik me af. Ze liggen overal, zelfs op plaatsen waar een halve man en een paardenkop voorbij komt. Ik zal binnenkort mijn krukken vaarwel kunnen zeggen. De verkeersdrempels zullen altijd blijven. Daar moeten we dag-in dag-uit overheen blijven hobbelen. Hoe komen we ooit van die krengen af? Ik zou het ook niet weten. Misschien minder drempel-gestoorde ambtenaren benoemen. Of raadsleden kiezen met drempelvrees.

Jan Beijer

(reageren:jbeijer@upcmail.nl)