Overval

Het Sinterklaasfeest bij ons thuis is een beetje dubbel. De twee oudste kleinkinderen zijn het feest ontgroeid. Het heilig geloof in de Goedheiligman hebben ze al jaren niet meer. De twee kleinsten nog wel. Hoewel, Jimmy van zeven vertoont soms al sporen van twijfel. Voor alle zekerheid hebben we de H&M-kaartjes van zijn cadeautjes afgeknipt. Hij is slim genoeg om te denken dat die pakjes gewoon door oma in die winkel gekocht zijn en helemaal niet met de stoomboot vanuit Spanje zijn aangevoerd.

Zelf heb ik als kind twijfelachtige herinneringen aan Sint Nicolaas, de in Turkije geboren bisschop die om een of andere duistere reden in Spanje woont en eens per jaar per schip een vracht cadeaus in Nederland komt afleveren. Zo genuanceerd keek ik, toen ik vijf, zes jaar was, uiteraard nog niet naar de kindervriend, maar ik had toen al weinig met dit fenomeen aan de pet. Ik was bang voor hem. Angst die jarenlang is blijven hangen. Mijn ouders waren daar in zekere zin debet aan. Mijn vader zag Sint en Piet op een regenachtige decemberavond door onze straat lopen. Misschien moesten ze bij de buren zijn of nog verderop. Hij snelde naar buiten en wist het tweetal over te halen om ook bij ons binnen te stappen. Plots stonden ze pontificaal in de kamer. Ik wist helemaal nergens van, was totaal onvoorbereid en schrok me een hoed, die het qua afmeting vele malen van Sints mijter won. Ik beleefde deze infiltratie als een complete overval.

Krijtwit zakte ik op de bank, een infuus zou op dat moment geen overbodige luxe zijn geweest. Puffend duwde ik mijn hoofd in een kussen om de Spaanse gasten maar niet aan te hoeven kijken. "Sint heeft een cadeautje voor je meegebracht, Jan", probeerde mijn moeder nog. Ze was ook door de onaangekondigde solo-actie van mijn vader overvallen en had nog gauw een naaibox, die ongebruikt in de kast stond, als surprise weten in te pakken. "Leuk om je spulletjes in te doen", zei ze. Het klonk niet overtuigend. Ik had er geen oog voor. Daarom pakte moeder het geïmproviseerde geschenk zelf maar uit en zette het stilletjes op de bank. Pas toen ik zeker wist dat de twee overvallers vertrokken waren, kwam ik op adem.

Het voorval is me altijd bijgebleven. Die plotselinge Sint met zijn knecht, mijn geknakte kinderziel, mijn angst, die onzinnige naaibox. Hoe ik daar nu op terug kijk? Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik voel me nog steeds genaaid.

Jan Beijer

(Reageren: jbeijer@upcmail.nl)