Zinderend

Het spijt me verschrikkelijk, maar met die naam voor het nieuwe cultuurcentrum in Tiel kan ik nog niet best uit de voeten. Zinder. Zo heet dat gebouw. Een bedenksel van ambtenaren die er voor alle zekerheid een gespecialiseerd bureau bijhaalden. Kost een paar centen, maar wat van ver komt is nog altijd lekker. Met behulp van de externe adviseurs is het dus Zinder geworden. Daar is niks Tiels aan. Niks met Fruitstad Tiel, niks met Flipje. Zinder. Zeg het nog eens. Zinder? Het klinkt me vreemd in de oren. Is het een zelfstandig naamwoord? En zo ja, welk lidwoord hoort er dan voor. Is het de Zinder of het Zinder? Aan de bar van het café, waar ik af en toe mijn neus laat zien, kon niemand die vragen beantwoorden. Sterker nog, mijn in de Betuwe geboren en getogen bargasten bleken zelfs grote moeite te hebben om het uit te spreken. Zij hadden het steeds over Zijnder. Op zichzelf wel logisch, want op z'n Betuws heb je het bijvoorbeeld over kijnder als je kinderen bedoelt. En als je een wind laat, is dat een wijnd. "Ik krèg die nije naam mar moeilijk m'n bek uit", zei een vriend, die het Betuws dialect altijd trouw is gebleven. "Volgens de gemeente bekt het juist zo lekker. Mede daarom is het gekozen", wierp ik tegen. Ik nam ook nog de moeite om het groepje aan de bar uit te leggen dat Zinder is afgeleid van het werkwoord zinderen, waarmee doorgaans van warmte trillende lucht wordt aangeduid. Dat had ik niet moeten doen, want vervolgens begreep niemand het meer. Gaat het culturele gebouw ervan trillen als er balletles wordt gegeven, een instrument wordt bespeeld of een boek wordt geleend? Een spannende voetbalwedstrijd kan zinderend zijn, maar een klasje blokfluitende leerlingen toch niet? En zo zinderde het nog een tijdje door aan de tapkast. Nieuwsgierig als ik ben googelde ik thuis de naam Zinder. Ik vond een popkoor, een merk voor dure jachten, een serie boekjes om de woordenschat van kinderen te verbeteren en een stad in Niger van 274.530 inwoners. Allemaal Zinders. Over originaliteit gesproken. In dat rijtje komt nu ook het cultuurcentrum van Tiel te staan. Je zou je een spectaculairder gezelschap kunnen voorstellen. Een paar dagen later liep ik mijn Betuwse vriend weer tegen het lijf. "Hoe hiet da gebauw ok al wir es?", wilde hij weten. Zinder, zei ik met nadruk. Hij knikte. "Ja, nou wit ik ut wir. Zijnder."

Jan Beijer

(reageren: jbeijer@upcmail.nl)