• Marjon Beijer

Pet in de hand

Decennia lang bestond er in de Betuwe een flinke afstand tussen de notabelen en het "gewone volk". Door de arbeiders van de Betuwse steenovens werd de directeur eerbieding "de heer" genoemd. Wie hem durfde aan te spreken, deed eerst de pet af. Wie naar de notaris ging of naar de burgemeester deed het zondagse pak aan en stond nederig met de pet in de hand op de stoep. In de kerken van de Betuwse dorpen waren de plaatsen niet vrij; er was zelfs sprake van een zekere rangorde. De burgemeester, de gemeentesecretaris, de heer van het kasteel en de dokter zaten vooraan. Het gewone kerkvolk mocht pas gaan zitten als deze notabelen op hun plaats hadden ingenomen en het rode lampje naast de kansel uitging. Aanzien en macht speelden een belangrijke rol in het dagelijkse leven van de Betuwenaar. De mensen met aanzien stonden op een voetstuk, er was in feite niemand die hen durfde te wantrouwen. Afkomst was eveneens belangrijk. "Van wie bende gij d'r een?" was misschien wel de meest gestelde vraag in het land tussen de rivieren.

Van de standenmaatschappij is gelukkig niet veel meer over. Hoewel, soms bekruipt me het gevoel dat we er nog niet van af zijn. Ik kreeg dat gevoel bij de benoeming van Harry de Vries tot burgemeester van Neerijnen, die eerder opstapte als burgemeester van Lingewaard wegens een bonnetjes-affaire. Het is te billijken dat de commissaris van de koning in Gelderland Clemens Cornielje zijn best doet om bonnetjes-burgemeesters weer elders aan de slag te krijgen. Ze moeten tenslotte ook werken voor hun centen. En dat deze categorie politici graag weer aan de slag wil, lijkt me ook logisch. Maar in Neerijnen hadden ze ook kunnen zeggen: heeft u ook nog andere kandidaten, meneer Cornielje, we willen wel wat te kiezen hebben. En bovendien, heeft u wel rekening gehouden met het sentiment van onze inwoners? Kennelijk is er is in de Betuwe nog altijd iets van dat pet-in-de-hand-gevoel blijven hangen. Meneer de commissaris spreek je niet tegen, net als vroeger de directeur van de steenoven, de dokter, de notaris en de dominee. Aan de notabelen wordt niet getwijfeld. Je zou haast gaan denken dat er in dit opzicht weinig veranderd is in de Betuwe. En mij gaat dat, eerlijk gezegd, boven de pet.

Jan Beijer

(reageren: jbeijer@upcmail.nl)