• Marjon Beijer

Vogel

De sloot die aan onze zijtuin grenst, zou eigenlijk een stukje natuur met kanten vol weelderige bloemen en planten moeten zijn. Dat beeld hadden we ervan toen we destijds besloten om naast die watergang te gaan wonen. Van dat idyllische plaatje is niet veel terecht gekomen. De lieflijke natuur die we voor ogen hadden, blijkt in de praktijk te bestaan uit metershoog oprijzende brandnetels. We hebben onze vingers gebrand aan die sloot, denk ik wel eens als ik dat hardnekkige onkruid zie. In de winter is het anders. Dan lijkt de sloot weer op een sloot, op een echte watergang. Bovendien wordt het water dan ontdekt door een ijsvogel, die langs de oppervlakte scheert en neerstrijkt op een tak. En dan, plons, het vogeltje duikt en komt boven met een spartelend visje in de snavel. Ik schrijf dit wel zo beeldend op, maar zelf heb ik de ijsvogel nog niet weten te ontdekken. De mensen in de buurt wel. Als zij met de hond langs de sloot wandelen, hebben ze het veelkleurige natuurwonder al meermalen in actie gezien, zo hebben ze mij met enige trots laten weten. Leuk, maar niet voor mij. Ik kan me er behoorlijk aan ergeren, dat ik dat vogeltje maar steeds niet waarneem, terwijl ik nota bene pal naast de sloot woon en er het beste zicht op heb. Een buurman verzekerde me vorige week dat hij de vogel al minstens drie keer in actie had gezien.

Onbegrijpelijk. Ik besloot tot een tegenoffensief. Dagenlang heb ik met enige regelmaat bij de sloot staan posten. Zondag zelfs in de sneeuwbuien. Niks te zien. Een paar driftige koolmeesjes, verder niets. Waarom ziet mijn buurt die prachtige ijsvogel wel en ik niet? Is het stom toeval? Het brengt mij, hoe dan ook, tot een lichte moedeloosheid. Het lijkt wel of die vissende duiker zich voor mij verstopt. Of die mij bewust ontloopt. Maar ik geef de moed niet op. De komende dagen probeer ik het opnieuw om de ijsvogel eindelijk te spotten. Ik ga nu eenmaal niet over een nacht ijs. Vroeg of laat zal ik hem zien in al zijn verenpracht. Ik ben een volhouder. Wat dit aangaat, heeft de vogel een kwaaie aan mij. Ik laat niet met me spotten. Hoor je dat, stiekeme ijsvogel? IJsvogel? 't Lijkt zo langzamerhand eerder op een spotvogel.

Jan Beijer

(reageren: jbeijer@upcmail.nl)