• Picasa

Column Spot op de Betuwe: Lentedag

TIEL Zaterdag, die prachtige lentedag, voelde ik me een koe die na maanden op stal weer naar buiten mag. Het hek gaat open en het beest dartelt met idiote, bijna spastische sprongen, de wei in. Een letterlijk uitgelaten koe. Zo'n uitgelaten gevoel had ik die dag ook. Naar buiten! Naar de terrassen. Op weg naar het centrum van Tiel werd ik op de parkeerplaats bij het station aangesproken door twee klagende dames, die op de geopende kofferbak van een zwarte Volvo een krentenbol naar binnen werkten. Ze waren pissig. Ze hadden door lege en verlaten straten rond het centrum gereden. Plaats genoeg om te parkeren, maar zij mochten er de auto niet neer zetten om in Tiel te gaan winkelen. Vandaar dat pissige. Ik liep door. Mijn opperbeste lentestemming wilde ik niet laten verpesten door mekkerende dames. Geen zin in.

Monter liep ik de binnenstad in. Wethouder Laurens Verspuij stond daar te flyeren voor zijn partij D'66. Doorgaans wind ik me nogal op als de politiek ter sprake komt, maar ik had ook hier geen zin in op die mooie lentedag. Zonder commentaar stak ik het foldertje in de binnenzak.

Vijf minuten later zat ik op een terras op het Plein. Een jongetje aan een tafeltje naast mij stuiterde hinderlijk dreunend met een bal. Wat een vervelend kereltje. Zou ik zijn ouders hierop aanspreken? Nee, niet doen. Het heerlijke lentegevoel hield me tegen. Geen zin in.

In de stad zag ik tot mijn schrik dat het aantal leegstaande winkels groter was geworden. Althans dat dacht ik, maar ik wilde er niet aan denken. Vandaag zat mijn hoofd vol met lente en niet met pessimistische spinsels over het winkelbestand in de Tielse binnenstad. Geen zin in om me daar druk over te maken.

Ik probeerde me weer die vrolijke, dartele koe te voelen, maar opeens lukte het niet meer. De trieste en troosteloze aanblik van die lege winkels verdreef de vrolijke lente uit mijn bovenkamer. En ik vroeg me af hoe een ondernemer, die door de torenhoge huren de deur op slot moet doen, zich voelt. Misschien ook wel als een koe. Maar dan als eentje, die totaal uitgemolken is en voor een dicht hek staat. Dat beeld liet mij, lente of geen lente, niet meer los. Thuis gekomen scheen de zon nog, maar het hielp niet.

Jan Beijer

(jbeijer@upcmail.nl)