Het Kamman-Duinker mysterie

ZOELEN Het klinkt luguber en wellicht is het dat ook wel. In het begin van 1945 werden weken na elkaar de stoffelijke overschotten van een volwassen vrouw en haar ouders bij Zoelen en Tricht uit de Linge gehaald. Beusichemmer Richard van de Velde stuitte per toeval op dit oorlogsdrama en hoopt door alle informatie te delen, dat iemand hem kan helpen dit mysterie op te lossen.

Maria Gesina Duinker werd geboren in 1899 in Den Helder. Haar ouders waren boekhandelaar Jan Cornelis Duinker (*1872) en Hendrika Duinker (*1875) Maria had ook een drie jaar jongere broer: Jan.

In 1927 trouwde Maria in Den Helder met Roelof Kamman, geboren in 1900 in Dalfsen en van beroep adjunct commies ter secretarie. Zijn vader was gemeentesecretaris van Den Helder.

Vanaf 1932 woonde het echtpaar in Tiel op St. Walburg, Binnensingel 10. Jan had hier een verantwoordelijk baan als gemeentesecretaris van Tiel en vervulde deze functie van 1932 tot april 1946.

Volgens sommige bronnen woonden de ouders van Maria in de oorlogsjaren ook in Tiel. Wellicht zelfs bij Maria en Roelof in huis. Er was immers ruimte genoeg in het grote herenhuis en ze hadden geen kinderen.

In het najaar van 1944 was de operatie Market Garden niet verder gekomen dan Nijmegen en Elst en lag de Betuwe midden in de frontlinie. De Engelsen bezaten nog een strook van de Overbetuwe, van Nijmegen tot aan de Neder-Rijn. De Duitsers zaten nog steeds in het oostelijk en westelijk deel van de Betuwe. Om een verdere opmars van de geallieerden te voorkomen, besloten ze een groot deel van de Betuwe onder water te zetten. Op 2 december 1944 bliezen ze de Rijndijk bij Elden, tegenover Arnhem, op. Dankzij de hoge waterstand stroomde het rivierwater met grote kracht de Overbetuwe in. Bij sommige huizen steeg het water tot aan de dakgoot. Overal dreven dode dieren, hout en zelfs lijken. De Britten trokken zich noodgedwongen terug tot Elst.

Enkele dagen later bezweek de Liniedijk tussen Ochten en Kesteren. Onbedoeld kregen de Duitsers in de West- Betuwe nu ook veel last van het wassende water. Het was rampzalig voor de bewoners van Lienden, Maurik en Ingen. Velen leefden maanden dicht op elkaar gepakt op zolder onder zeer primitieve omstandigheden. Toen het na drie weken hard ging vriezen, veranderde het ondergelopen land in een grote ijszee. Begin januari begon de dooi en liep het water weer langzaam weg.

Na de slag om Arnhem lagen de Engelsen in het Land van Maas en Waal en de Duitsers aan de overkant rond Tiel. Daarmee was Tiel frontstad geworden. In oktober-november 1944 werd de situatie in Tiel onhoudbaar. De stad was in Duitse handen, maar werd zwaar beschoten door de geallieerden. Op 8 november 1944 besloten de Duitsers tot een evacuatie van de bewoners naar veiliger oorden. In eerste instantie gold het alleen de binnenstadbewoners, maar later gold het de hele stad. De Duitsers maakten er een Spergebied van, zodat ze zich konden richten op hun verdediging tegen de Engelsen. De evacuatie kwam maar langzaam op gang en pas na half januari 1945 was de stad echt 'leeg'. De beschietingen over en weer bleven doorgaan. Vooral voor een aantal mensen die achterbleven om bepaalde taken te verrichten, was het levensgevaarlijk. Uiteindelijk kwamen 31 burgers om het leven. Vanaf eind mei 1945 kwamen de eerste evacuees weer terug en zij troffen een verwoeste binnenstad aan.

De familie Kamman is vermoedelijk bij die evacuatie ondergebracht in Wadenoijen en omgeving of waren daar op weg naartoe. Op 27 februari 1945 om 11 uur 's morgens werden de stoffelijke overschotten van de ouders van Maria in Zoelen gevonden en op 14 maart vond de Tielse conciërge Jan Baggermans dat van Maria in Tricht. Het vermoeden bestaat dat ze alle drie in de rivier de Linge zijn gevonden. De burgemeester van Buurmalsen gaf verlof tot het begraven van het stoffelijk overschot van Maria op het NH-kerkhof in Wadenoijen. Volgens de Oorlogsgravenstichting lagen ook de ouders van Maria in dit graf, maar kerkelijke archieven tonen dat niet aan. Dit graf is in 1990 geruimd.

Vreemd genoeg is er in de regionale krant geen gebruikelijke rouwadvertentie geplaatst door Roelof. Van gemeentelijke zijde werd er wel melding van gemaakt.

Van de Velde ontdekte dat gemeentesecretaris Roelof Kamman in april 1946 Tiel verliet en naar Hengelo (O) vertrok, waar hij dezelfde functie bekleedde tot 1 oktober 1965. In zijn afscheidsrede sprak hij over zijn echtgenote die met moeite afscheid van Tiel kon nemen, omdat zij een "rasechte Betuwse" was....Dat wekte bij Van de Velde de nodige bevreemding, zodat hij in oude Twentse kranten naar aanknopingspunten ging speuren. Hierin ontdekte hij een overlijdensadvertentie uit 1958 van de moeder van Roelof en daar stond de naam van zijn tweede vrouw vermeld. Het ging om de in 1900 in Tiel geboren Sientje Wijkniet. Roelof moet dus een jaar na het overlijden van Maria met haar zijn getrouwd. Zij was oorspronkelijk verpleegster en was aan het eind van de oorlog directrice van een verpleeghuis. Haar broer Dirk Jacob was werkzaam op de secretarie in Beesd en later in Strijen.

Wat alles nog mysterieuzer maakt, is dat de Arrondissementsrechtbank van Arnhem de overlijdensaktes van zowel de ouders als van Maria in april 1952 laat doorhalen.

Van de huidige generatie Duinker weet niemand iets van deze gebeurtenis af en zij zijn ook benieuwd naar de oplossing van dit mysterie.

Welk familiedrama heeft er zich in die laatste oorlogsperiode in deze familie uit Tiel toch afgespeeld?

Mochten lezers van deze krant nadere informatie hebben over Maria Duinker en haar ouders, dan kunnen zij contact opnemen met Richard van de Velde. Telnr. 0345-502583 of via zijn websites www.oorlogsslachtoffersgemeenteburen.nl, www.oorlogsslachtoffersgemeentegeldermalsen.nl