'Oorlogsslachtoffers worden na zoveel tijd een soort familielid van je'

BEUSICHEM Hij wist met zijn onthulling over slachtoffers van de Holocaust een paar weken geleden de landelijke pers te halen. Toch is Betje Honders lang niet het enige oorlogsslachtoffer waar de Beusichemse docent Richard van de Velde zich in al die jaren mee beziggehouden heeft.

Laura van Horik

Van de Velde wil oorlogsslachtoffer en Jehova's Getuige Betje Honders aanmelden voor een plaatsje op het Holocaust Monument in Amsterdam, maar dit blijkt tot zijn verbazing niet te kunnen. Bij het monument, dat in 2018 in Amsterdam komt, blijkt er door de overkoepelende organisatie onderscheid te worden gemaakt tussen Holocaustslachtoffers. Er staat op de website dat het monument voor alle Holocaustslachtoffers is, maar dit blijkt alleen voor Joodse, Roma en Sinti slachtoffers te zijn. Dit, terwijl er maar een Holocaust is, aldus een resolutie van de Verenigde Naties in 2005. Volgens de VN maken naast Joden ook andere groepen aanspraak op het woord Holocaust, waaronder Jehova's Getuigen en communisten. Dit is volgens het Nederlands Auschwitz Comité niet het geval. De ontketening van Van de Velde veroorzaakt een hoop reuring. Maar, wat velen niet weten is dat Van de Velde in stilte ook de verhalen van andere oorlogsslachtoffers vertelt.

Hoe is uw fascinatie voor oorlogsslachtoffers nu eigenlijk ontstaan?

,,Mijn vader was in de oorlog aangesloten bij de Prinses Irene Brigade. Deze Brigade bestond uit mensen die Nederland in mei 1940 zijn ontvlucht. Mijn vader was toen marechaussee en moest vluchten uit Nederland, evenals vele anderen. Op een gegeven moment zijn zij naar Noord-Frankrijk gebracht en later overgestoken naar Engeland. Daar verzamelden zo'n 1500 tot 2000 gevluchte militairen zich en dat is de Prinses Irene Brigade geworden. Jaren later kwamen ze terug naar Nederland. Deze geschiedenis was echter helemaal versnipperd; hier en daar kon je wel wat terugvinden over de Brigade, maar ik wilde de geschiedenis verder uitzoeken en heb al het uitgezochte dan ook ondergebracht op mijn website. Maar, bij de veldtocht tegen de Duitsers, waarbij mijn vader dus ook betrokken was, zijn er een stuk of 50 mensen omgekomen. Hier wilde ik wat mee doen en ik heb dan ook al deze omgekomen oorlogsslachtoffers opgespoord. Daar begon mijn fascinatie."

Waarom vindt u het zo belangrijk om alle slachtoffers, stuk voor stuk, een gezicht te geven?

,,Ik vind dat die mensen niet vergeten mogen worden en dat is wat er bij een groot deel wel gebeurt. Soms wordt er wel een naampje genoemd, maar het is meer dan dat; ik wil ze echt een gezicht geven. Daarom probeer ik met behulp van genealogie de voorouders en familieleden op te sporen. Hier probeer ik dan mee in contact te komen. Soms bel ik wel 30 mensen op een dag om te kijken of ik niet ergens een linkje naar die familie kan vinden, naar iemand die me meer over het slachtoffer kan vertellen of iemand die zelfs nog foto´s heeft."

Doet u opsporingswerk naar alle oorlogsslachtoffers of betreft dit een bepaalde groep?

,,Ik ben begonnen met oorlogsslachtoffers uit Culemborg. Ik heb me meteen beziggehouden met alle oorlogsslachtoffers, niet met bepaalde groepen. Over het algemeen worden Duitse jongens bijvoorbeeld nooit in kaart gebracht, want dat is de zogenaamde vijand. Zo zie ik dat niet. Zeker niet als het jongens van 16, 17, 18 jaar zijn. De meesten werden gewoon van het schoolplein geplukt en op het laatste moment nog onvoorbereid bij de oorlog betrokken. Het gaat dus niet alleen om burgerslachtoffers, maar ook om neergestorte vliegtuigbemanning: Engelsen, Amerikanen, Nieuw-Zeelanders en dus Duitse jongens. Afijn, de kinderen die ik lesgeef zeiden ten tijde van mijn onderzoek in Culemborg: meneer, wanneer begint u eens in Buren? Ik wilde toen eerst Culemborg afmaken, want het onderzoek kost veel tijd. Later kwam ik erachter dat er ook in Buren en omgeving heel veel geallieerden zijn neergestort en aangespoeld bij de Lek. Ook zijn hier veel Duitse jongens omgekomen, veel meer dan in Culemborg. Deze heb ik allemaal opgespoord. Hierna heb ik Geldermalsen ook op me genomen en ben ik alle oorlogsslachtoffers in de West-Betuwe in kaart gaan brengen."

Komt het ook weleens voor dat u geen enkel aanknopingspunt heeft?

,,De Duitse jongens zijn lastig. Je probeert natuurlijk familie te vinden door archieven in te duiken, maar dat kost heel veel tijd en energie. Toch kan ik zeggen dat het, als ik heel veel moeite doe, over het algemeen wel lukt. Zelfs tot ver in het buitenland. Het zijn soms speurtochten van maanden voordat ik iemand echt te pakken krijg. Ik schrijf dan ook stukken in buitenlandse kranten om in contact te komen met familie, maar dat durf ik nog niet aan in de Duitse kranten. Daar ligt het nog steeds heel gevoelig en is men huiverig over wat je met de informatie gaat doen. In de andere landen werken mensen meestal gelijk mee."

Hoe reageren verwanten over het algemeen op uw ontdekkingen?

,,Vaak vinden ze het heel mooi dat er een aandenken is voor hun familielid. Het is soms heel heftig, maar op een mooie manier. Ik heb contact met een hoop mensen in het buitenland en dat is erg bijzonder. Zo zijn er zelfs mensen uit Nieuw-Zeeland die hier in juli naartoe komen om te kijken waar het graf van hun oom en broer nu eigenlijk is. De broer van het slachtoffer heeft nooit geweten waar zijn familielid is neergestort. Hij wist alleen dat zijn broer in Amersfoort begraven lag. Ik heb voor hem uitgezocht wat er is gebeurd en nu komt hij samen met zijn zoon en kleinzoon naar Nederland. Ook heb ik een 91-jarige vrouw geholpen die nooit wist wat er was gebeurd met haar enige broer. Dat is na de oorlog nooit aan haar familie verteld, dus heb ik allerlei documenten uit Amerika laten overkomen en ben ik erin gedoken. Zo kon ik haar ontzettend veel over hem vertellen. Vorig jaar kreeg ik dan ook een fantastisch cadeau van haar, namelijk het horloge van haar broer. Dit had hij haar gegeven voordat hij opsteeg. Hij heeft echt pech gehad, want hij viel in voor iemand die griep had en dat vliegtuig werd dus neergeschoten in ons dorp. Ze was er ontzettend van onder de indruk, want ze had maar een broer. En niet alleen zij, ook ik was ervan onder de indruk. Oorlogsslachtoffers worden na de tientallen uren die je erin steekt een soort familielid van je. Daarbij hoefde die jongen niet eens te strijden, maar hij wilde bijdragen aan de oorlog en dat is uiteindelijk zijn dood geworden. Het is dan ook enorm van belang dat deze mensen niet worden vergeten. Ze zijn niet voor niks gestorven."

Foto: Richard van de Velde bij zijn overdenkingstafel in Zoelmond, met daarop het verhaal van twee omgekomen inwoners.