• Columnist Jan Beyer heeft zijn 200ste column voor de Stad Tiel geschreven.

    Raphael Drent

Ramp

Van een politiewagen met loeiende sirene word ik altijd onrustig. Wat zou er nu weer gebeurd zijn? Zaterdagmorgen raasde de politie met uitbundig zwaailicht langs de etalage van de bakker, waar ik net op het punt stond om mijn harde bollen te bestellen. Jongetjes op snelle brommers scheurden er achteraan, op zoek naar sensatie. Met een tas krakend vers brood liep ik in de richting van de Tielse markt, waar ik prompt werd aangesproken door opgewonden voorbijgangers. "Jan, groot nieuws voor jou", en hijgend beweerden ze dat de hele zaak van Blijdesteijn elk moment de lucht in zou kunnen vliegen. Alle klanten van het fameuze modehuis zouden in allerijl op de vlucht geslagen zijn. Door deze snelle evacuatie waren ze, zo werd mij met de hand op het hart verzekerd, op het nippertje ontsnapt aan een binnenstadsramp van jewelste. In het hele pand zou een misselijk makende gaslucht hangen. Wie weet hoe gevaarlijk zou kunnen zijn. Niemand had een idee, maar gevaarlijk was het natuurlijk wel. Een geluk bij een ongeluk: er waren nog geen slachtoffers gevallen, zo wisten de praatgrage onheilsprofeten me te verzekeren. Uit mijn krantentijd weet ik dat veel mensen de bijna natuurlijk neiging tot overdrijven hebben. En het lijkt steeds erger te worden. Hoe dat komt? Het zouden de sociale media wel eens kunnen zijn. Door al die holle frases en opgeklopte verhalen die je daar leest, is de paniek alleen maar erger geworden, vermoed ik. We weten niet meer wat er echt speelt. Wat en wie kun je nog geloven? Het kan ook zijn dat we ons zijn gaan ze spiegelen aan onze minister-president, die de kunst van de dwangmatige overdrijving tot zijn handelsmerk heeft gemaakt. Aangewakkerd door de nieuwsgierigheid, die ik als oud-journalist nog altijd in mij heb, stond ik even later voor de plek des onheils en keek om me heen. Een brandweerwagen voor de deur van de modezaak, in en uit rennende politieagenten en mannen in gele pakken. "Met de ketel is niks aan de hand," hoorde ik een politieman tegen zijn collega's zeggen. Wat er dan wel aan de hand was, wilde hij me niet vertellen. Bij de viskraam een eindje verderop werd de Blijdesteijn-ramp druk besproken. De visboer bleek al haring schoonmakend van de hoed en de rand te weten. Hij deed zijn nieuwsgierige klanten uit de doeken dat een marktkoopman die pinda's in zijn kraam brandt, nogal onhandig een gasfles had aangesloten. Iets niet goed vastgedraaid of zo. De rondneuzende Blijdesteijn-klanten konden het ruiken. Sorry, zei de pindabakker droogjes. Niks aan de hand. Peanuts.

Jan Beijer

(reageren: jbeijer@upcmail.nl)