• Columnist Jan Beyer heeft zijn 200ste column voor de Stad Tiel geschreven.

    Raphael Drent

Taartjes

Nu mijn cholesterol weer enigszins op peil is, waag ik me af en toe weer aan een koekje of een taartje. Vooral tijdens mijn vakantie in Zuid-Italië was de verleiding groot om me even niets van dat cholesterol-gedoe aan te trekken. Ik raakte daar helemaal in de ban van de pasticciotto, een ontzettend lekker ovaalvormig gebakje van deeg met custard. Bijna elke dag zo'n ding bij de koffie, heerlijk. Ik merkte hoe trots de bakkers daar zijn op deze traditionele lekkernij. Elke dag vers, is voor hen een absolute voorwaarde. Daarom gingen de overgebleven pasticciotto's aan het eind van de middag niet de koeling in, maar werden ze uitgedeeld aan de inwoners die het niet breed hebben. Een soort privé-voedselbank van de bakker, die ik met de dag sympathieker ging vinden. Ik genoot van dat gulle gebaar nog meer dan van het gebakje zelf. Vooral als je die arme drommels ervan zag smullen op de bankjes in de buurt. Dat gevoel van sympathie kreeg ik bepaald niet toen ik in de krant las dat een grote taartenfabriek op bedrijfsterrein Medel in Tiel een taartenwinkeltje heeft geopend. Nee, niet in een leegstaand pand in de Tielse binnenstad, maar gewoon op eigen terrein. Tussen de grote hallen. Het bedrijf produceert voornamelijk appeltaarten voor de supermarkten. Aan de lopende band, als een soort legbatterij voor gebak. De mislukte taarten die niet aan de handel verkocht kunnen worden, gaan niet naar de voedselbank, maar naar het fabriekswinkeltje. "Met deze actie wil de bakkerij zich als lokale onderneming op de kaart zetten en laten zien dat ze actief meedenkt met de omgeving", zo laat het bedrijf met enige trots weten. Op de kaart zetten? Hoe dan? Je laat je eerder in de kaart kijken, denk ik. En met welke omgeving die grote bakker meedenkt, is mij ook volslagen duister. Het is in ieder geval niet de door hardnekkige leegstand geplaagde Tielse binnenstad. De Tielse middenstand die zijn best doet om die binnenstad levendig en aantrekkelijk te houden, is behoorlijk in zijn wiek geschoten over deze vorm van detailhandel op een bedrijfsterrein, zo hoorde ik in de stad. De winkeliers kunnen er met het hoofd niet bij dat er nu een dure stadsmakelaar is aangesteld om de winkels weer vol te krijgen en er tegelijkertijd verkoop aan consumenten op een groot logistiek bedrijfsterrein mogelijk is. "Met zo'n beleid bak je er weinig van", zo vatte een winkelier in de Waterstraat het treffend samen. En de stadsmakelaar zal het merken. Die krijgt koekjes van eigen deeg.

Jan Beijer

(reageren: jbeijer@upcmail.nl)