• Columnist Jan Beyer heeft zijn 200ste column voor de Stad Tiel geschreven.

    Raphael Drent

Uil

De Tielse burgemeester Hans Beenakker is trots op de Tielse kandidaten die vorige week veel stemmen hebben gekregen. Dat ben ik ook, maar ik ga een stukje verder dan alleen het Tielse grondgebied. Mijn trots betreft alle kandidaten uit het Rivierenland, die zich gaan inzetten om deze regio vooruit te helpen. Trots op de hele regio. Dat zou Tiel ook moeten zijn. In een recent rapport las ik dat streekcentrum Tiel te veel met zichzelf bezig is. Te weinig met de regio. Te veel naar binnen gekeerd. Ik kijk liever naar alle regionale kandidaten, die zich sterk willen maken voor Rivierenland. De praatgrage buurtgenote, die mij regelmatig op straat aanspreekt ("u schrijft toch die stukkies in de krant?") heeft geen kandidaat uit Rivierenland gestemd, zo vertelde ze mij, terwijl ze haar springerige hondje met moeite aan de lijn hield. Haar buren hadden haar op het hart gebonden dat ze het hokje voor T. Baudet moest rood maken. Want, zo hadden zij beweerd, hij is de enige politicus die niet wil dat we straks van het gas worden afgesloten. Geen gas meer? De schrik sloeg mijn buurtgenote om het hart. Nog niet zo lang geleden had ze een splinternieuwe gaskookplaat aangeschaft en het zou toch eeuwige zonde zijn, als ze die niet meer zou kunnen gebruiken. Als ze die naar de Avri zou moeten brengen. Om dat onheil te voorkomen, koos ze voor T.Baudet. Maar had ze zich niet vergist? 's Avonds, toen ze voor de televisie zat, wist ze al het niet zeker meer. Die Baudet kwam maar niet opdagen. Ze was al een beetje ingedommeld, toen hij dan eindelijk breed glunderend op de buis verscheen. Hij hield een ellenlange redevoering, doorspekt met moeilijke woorden en begrippen, waar ze nog nooit van gehoord had. Ze kon er werkelijk geen touw aan vast knopen. Het vervelendste was nog, dat hij met geen woord repte over het afsluiten van het gas. Niks over haar gaskookplaat. Moest ze die nu opruimen, ja of nee?

O, ja, toch was haar nog wel wat van die ingewikkelde redevoering bijgebleven. Ze had iets gehoord over een uil.

De uil van? Ja, de uil van wie ook weer? Ze kwam er met de beste wil van de wereld niet op. "Maar wacht eens", riep ze triomfantelijk na diep nagedacht te hebben. "Ik weet al weer. Het was de uil van Madonna of zoiets. "

"De uil van Minerva", zei ik.

"Dus niet van Madonna?" sprak ze aarzelend. "Dat ik dat niet onthouden heb." En ze slofte weg met haar springerige hondje. "Wat ben ik toch een uilskuiken", hoorde ik haar nog mompelen.

Jan Beijer

(reageren: jbeijer@upcmail.nl)