• Marjon Beijer

Column Spot op de Betuwe: Bovenpoot

TIEL Het kan nooit kwaad om je blik te verruimen. Dus vertoefde ik vorige week enige dagen in Wenen. De Oostenrijkse hoofdstad is natuurlijk geen Tiel, en Tiel is geen Wenen, maar overeenkomsten zag ik er wel. Allebei steden aan de rivier. Wenen heeft terrassen, restaurants en zelfs stranden aan de oever van het Donaukanaal. Tiel is jammer genoeg al decennia lang aan het tobben met de inrichting van het Waalfront. Je kunt dan ook stinkend jaloers worden op die levendige Weense promenades langs het water. Het Prater, Wenens veel bezongen park, ligt er wat onderhoud betreft, onberispelijk bij. Strakke paden, gazons als biljartlakens en nergens zwerfvuil. Vergelijk dat eens met Tiel. Stel je voor, mijmerde ik, dat de Avri het Prater zou onderhouden. De brandnetels zouden er dan, net als in mijn wijk, tot zeker anderhalve meter doorgeschoten zijn. De Nashmarkt is het culinaire trefpunt van Wenen. Honderden kramen, trendy delicatessenzaken en restaurantjes trekken hier dagelijks duizenden bezoekers. Ik at er Japans en dacht tussen de sushi's door even aan de maandagmarkt in Tiel, waar de laatste vijf kramen staan te verkommeren. Inderdaad, Tiel is Wenen niet.

In het Prater trekt het openluchtrestaurant Schweizerhaus dagelijks honderden gasten, die hun buiken aan lange dissen vullen met een stelze, de gegrilde bovenpoot van een varken. Een gerecht dat eruit zit als een bruine bromtol met een rechtopstaand bot, dat aan een dinosaurus doet denken. Aangespoord door mijn Oostenrijkse tafelgenoten, die met vette kinnen smakkend zaten te genieten, liet ik me overhalen ook zo'n gevaarte te bestellen. Binnen de kortste keren lag de varkensheup annex bovenpoot met koolsalade en mierikswortel op mijn bord. Ik boog me over de stelze en dacht aan mijn eigen heup. Mijn heup, die er op röntgenfoto's niet best uitziet en die ik daarom verwen met warme baden en pijnstillende smeersels.

Nu kreeg ik tussen die smikkelende Oostenrijkers het gevoel dat er in mijn eigen heup werd gebeten. En plots kon ik geen hap meer door mijn keel krijgen. Mij overviel een heftig verlangen naar Tiel en de Betuwe. Naar een bakje kersen in een Betuwse boomgaard. Of een Hollandse nieuwe op de markt in Tiel. Wie beweert dat Wenen ons eigen Tiel in alles overtreft, heeft geen poot om op te staan.

Jan Beijer

(reageren: jbeijer@upcmail.nl)