• Tiel, 05 juli 2017
    Presentatie van het boek De Gilden van de Stad Tiel van Huub van Heiningen in het Regionaal Archief Rivierenland.
    Foto Jan Bouwhuis.

    Jan Bouwhuis

De gilden van de stad Tiel

TIEL Afgelopen woensdag vond in het RAR de presentatie plaats van het nieuwste boek van Huub van Heiningen, getiteld De gilden van Tiel, gebaseerd op uitgebreid archiefonderzoek.

door Frits Kat

Dat de nestor van de Tielse geschiedschrijving het archief zijn huiskamer noemt, is niet verwonderlijk. Zijn eerste kennismaking met het archief dateert al van 1947. Sindsdien heeft hij duizenden archiefstukken geraadpleegd. Het publiceren van een boek over de gilden - verenigingen van beoefenaren van eenzelfde of aanverwante beroepen - is op zich verwonderlijk. Sinds 1379 was immers de vorming van gilden door de hertog van Gelre verboden. Gecamoufleerd als broederschappen bleven minstens 7 gilden bestaan: de smeden, de schoenmakers, de schippers en korenkopers, de kramers, de bakkers, de kleermakers en de wevers.

Het gilde van bakkers werd het scherpst gecontroleerd door de overheid. De magistraat stelde de broodprijs vast en verzoeken om verhoging van de broodprijs haalden niets uit .De monopoliepositie van de gilden met als gevolg hoge prijzen werd constant bedreigd door beunhazen. 'Vrije jongens' die geen gildelid waren en veel goedkoper konden leveren. Voor kleermakers en schoenmakers was het bijvoorbeeld lastig hun leerlingen en knechten te weerhouden in de avonduren te beunen. Afgezien van een korte periode aan het begin van de 18-de eeuw hebben de gilden nooit invloed gehad op het stadsbestuur. Vaak weigerde de magistraat de toetreding tot een gilde als de aanvrager niet kon aantonen lidmaat te zijn van 'de ware gereformeerde religie'.

Zeer belangrijk werd vanaf 1750 de zgn. Acte van Indemniteit. Die hield in dat ieder die zich wilde vestigen die acte moest meebrengen waarin de diaconie van herkomst beloofde de kosten te betalen als de nieuwkomer tot armoede zou vervallen. Vóór 1795 was het voor katholieken vrijwel onmogelijk aan een dergelijk document te komen. Als je die niet had, werden niet alleen het burgerschap maar ook het toetreden tot een gilde geweigerd. Zelfs het wonen in de stad werd verboden en leidde zelfs tot uitzettingen. Het stringent weigeren van nieuwkomers heeft een rem betekend op de economische ontwikkelingen van de stad. Overigens maakten nagenoeg alle steden van de Republiek gebruik van deze acte met uitzondering van Amsterdam. Door de Staatsregeling van 1798 kwam er een formeel einde aan de gilden. In artikel 53 van de Algemene Beginselen werden 'alle gilden, corporatien of broederschappen van neeringen, ambagten of fabrieken' vervallen verklaard. Ook kreeg iedere burger het recht op eigen ondernemerschap. Afschaffen van en eeuwenoude regeling is één ding, er niets voor in de plaats stellen is vragen om moeilijkheden. De praktijk liet dan ook zien dat ten tijde van Lodewijk Napoleon de gilden, zij het onder een andere naam, gewoon bleven bestaan. Pas in 1818 werden de gilden officieel afgeschaft.

De prijs van dit schitterend verzorgde boek is €39,50.