• Huize Nienoord van huisarts Weijsters. Bron: RAR in Tiel.

    Bron: RAR in Tiel
  • De vernielde grafsteen van Marienus Lacet.

    Foto: R. van de Velde.
  • De doorzeefde drietonner van Bertus Smits.

    Foto: Fam. W Smits
  • Bertus Smits

    Foto: Fam. W Smits
  • Rijk van de Weteringh

    Bron: www.zuidfront1940.nl
  • Bertus van Zijderveld

    Bron: W. van Zijderveld
  • Elderik Lacet bij de rouwkoets

    Bron: RAR in Tiel

Het verdriet van Hemert en Sende

ZENNEWIJNEN Hevige Engelse beschietingen vanuit Wamel e.o. zaaien in de laatste acht maanden van de oorlog in de dorpen Ophemert en Zennewijnen dood en verderf. Dat er echter ook twee slachtoffers in de meidagen van 1940 en in 1949 in het verre Nederlands-Indië zijn gevallen, is slechts bij weinigen bekend.

door Richard van de Velde

Gijsbertus van Zijderveld is geboren op 7 januari 1934 in Ophemert. Zijn ouders zijn mandenmaker Willem van Zijderveld en Gijsberta van Lith. Ze trouwen in Ophemert in 1931 en krijgen vijf kinderen.

Rond middernacht op 23 oktober 1944 rijdt een kleine colonne Duitse vrachtwagens over de dijk bij het buurtschap Kloppenhof, net buiten Ophemert. Engelse artillerie in de buurt van Wamel, aan de andere kant van de Waal, vuren daar zes á zeven granaten op af. Een granaat komt in een grote boom naast het huis van de familie Van Zijderveld terecht en explodeert. Een reeks van scherven vliegen alle kanten heen, ook door het rieten dak van hun woonhuis. Daar liggen de drie kinderen van het gezin op zolder te slapen. De tienjarige Bertus wordt in zijn slaap door een hele kleine granaatscherf getroffen in zijn long en overlijdt ter plaatse. Zijn oudere broer Wim, die naast hem ligt, herinnert zich nog de kleine wond op de rug van zijn broertje. Zo ook de blik van zijn ontredderde vader, die zijn broertje uit zijn bed optilt en hem via de trap naar beneden brengt. Moeder heeft het pyjamaatje van Bertus nog tot haar dood bewaard.

Het gezin krijgt nauwelijks de tijd om het verdriet te verwerken, want drie maanden later worden ze vanwege de aanhoudende beschietingen verplicht te evacueren naar Wadenoijen. Na een barre tocht met een omgebouwde kinderwagen door de besneeuwde Zijvelingsestraat, verblijven ze daar, samen met de familie De Bie, wekenlang in die zeer koude winter in twee kippenhokken achter het bedrijf van meelhandelaar Van Baren. Eén om in te slapen en één om in te wonen.

De toenmalige buurtvereniging Door Eendracht Sterk (DES) heeft ervoor gezorgd dat in Ophemert een voor die tijd dure grafsteen wordt geplaatst op het grafje van Bertus.

BAARDDRAGEND Een dag later komt de dan 33-jarige uit Echteld afkomstige evacué Johannes Jacobus Hol in Zennewijnen om het leven. Als Kobus 18 jaar is, vertrekt hij uit Ochten en verblijft hij tussen 1920 en 1937 als dienstbode in Tiel. Helaas is er tot nu toe geen foto van de vrijgezelle, baarddragende Kobus beschikbaar. Nadat zijn vader op 6 september 1944 in Echteld was overleden, worden de overige leden van familie Hol van Echteld naar Zennewijnen geëvacueerd. Daar woont in de grote boerderij van Spaan op de Bredestraat familie van hen. Kobus komt daar op 24 oktober 1944 om 16.00 uur om het leven, als deze boerderij door Engels granaatvuur uit de richting van Wamel wordt beschoten en totaal wordt vernield. Kobus wordt getroffen door een granaatscherf. Als hij twee dagen later wordt begraven op de Algemene begraafplaats in Zennewijnen, moet de begrafenisstoet tot drie keer dekking zoeken in de droge sloten vanwege hevige beschietingen.

ROUWKOETS Van de staande grafsteen van de toen 44-jarige Marinus Lacet op de Algemene Begraafplaats in Ophemert, is niet veel meer over. Volgens familieleden van hem is de steen enkele jaren geleden door een machine van de toenmalige onderhoudsdienst, per ongeluk zwaar beschadigd en nooit meer hersteld. Hopelijk voelt de gravendienst van de nieuwe Gemeente West Betuwe zich hiervoor aansprakelijk.

De ouders van Marinus zijn kleermaker Teunis Lacet en Maria van Mameren. Ze trouwen in 1892 in Zoelen en krijgen tien kinderen. Marinus is vrijgezel en woont in bij zijn broer Elderik op de Goossen Janssenstraat in Ophemert. Rond 1930 kopen de broers een lijkkoets in Tiel. Dat is heel bijzonder, want voor die tijd werd er altijd begraven met paard en boerenkar. Het maken van lijkkisten en het kisten van de overledenen behoren ook tot hun vak. De kosten om begraven te worden per lijkkoets bedragen F12,50 en daarbij komen ook nog de kosten van het kisten, het graf, het doodskleed en de baar.

In de weekenden is Marinus vaak te vinden in de Tavenu, het ontspanningsgebouw van Ophemert. Hier vinden uitvoeringen plaats en er staat ook een biljart.

Op 12 december 1944 gaat hij op weg naar het bureau van de Ortscommandant, om te vragen of hij zijn beesten weer terug mag brengen naar zijn eigen stal. Als Marinus ter hoogte is van smederij/benzinestation van Van Heun, vindt er een geallieerde beschieting plaats uit de richting van Wamel, aan de overzijde van de Waal. Een bomscherf treft Marinus bij zijn slaap en hieraan overlijdt hij. Hij wordt door dorpsgenoten midden op straat gevonden. "En Marinus heeft nog wel z'n goeie jas aan," zegt zijn zus later nog. Niemand heeft het zien gebeuren, want veel dorpsgenoten zijn op dat moment bij een noodslachting bij slagerij Overeem. Dat vlees is afkomstig van door beschietingen omgekomen vee.

Herman Reinhard Weijsters wordt op 13 mei 1924 in Ophemert geboren. Zijn ouders zijn de huisarts Maximiliaan Weijsters en Reina de Vries. Zij trouwen in 1920 in Groningen en scheidden in juli 1934.

Ze krijgen in Ophemert twee zoons: Jan Martin Max in 1922, die als Duitse soldaat in 1945 in het Franse Murtzig op het leven komt. De andere is Herman Reinhard die in 1924 wordt geboren. Hij komt, als dwangarbeider, op 23 oktober 1944 in Berlijn vermoedelijk om het leven bij een geallieerd bombardement en wordt begraven op Friedhof In den Kisseln in Berlijn-Spandau. Volgens opgave van de Oorlogsgravenstichting behoort hij tot de categorie "Slachtoffer van de oorlog".

In de overlijdensverklaring staat dat Herman in Vleuten woonachtig is en van beroep fabrieksarbeider. Op de foto is hun huis Nienoord te zien aan de Molenstraat 84a. Het is gebouwd na de scheiding en is genoemd naar een landgoed in Leek, nabij Groningen. De pro-Duitse huisarts, is nog juist zichtbaar achter de boom en zijn zoon Herman staat bij de voordeur.

GEDENKSTEEN Rijk van de Weteringh ziet op 11 juni 1911 in Wadenoijen het levenslicht en woont met zijn ouders Corstiaan van de Weteringh en Dirkje van Verseveld en acht broers en zussen in Zennewijnen. Rijk wordt bij de mobilisatie in het najaar van 1939 ingedeeld als mitrailleurschutter bij het Regiment Wielrijders (II-2.RW) dat gelegerd is te Oirschot. Bij het uitbreken van de oorlog belandt hij tijdens de terugtocht met zijn collega's in Dordrecht. Op 12 mei krijgt zijn onderdeel de opdracht via het station op te rukken en via de begraafplaats zich naar de Zuidendijk te begeven. Daar is Rijk op 13 mei bij gevechten op de hoek Vrieseweg/Toulonselaan gesneuveld. Hij is begraven op de Alg. Begraafplaats Essenhof in Dordrecht. Een gedenksteen met zijn naam bevindt zich onderin de toren van de N.H.-Kerk te Ophemert.

VERJAARDAG Op diezelfde gedenksteen prijkt ook de naam van Gijsbertus Aalbert Smits die op 1 augustus 1927 aan de Molenweg 54 in Ophemert is geboren. Zijn ouders zijn fruitteler Aalbert Smits en Drika van Lith. Ze krijgen samen zes kinderen.

Bertus is dienstplichtig militair en moet zich eind 1947 melden in Vught. Hij wordt ingedeeld bij bataljon 5-7 Regiment Infanterie, dat bestaat uit van zo'n 600 man en is gevormd uit dienstplichtigen van de lichting 1947. Na zes weken opleiding in Vught, worden ze op 23 januari 1948 in Rotterdam met de Waterman naar Indië gezonden.

Bertus komt op 18 februari in de haven Tandsjok Priok (Batavia) aan. Al de volgende dag neemt zijn bataljon de wacht bij het huis van Generaal Spoor, de Chef Generale staf G.G van Mook en de gevangenis "Struijswijk". Naast het vele patrouillewerk wordt het bataljon ook ingezet bij konvooibegeleiding.

Bertus is chauffeur en moet op 1 augustus 1949 onder begeleiding een hoge officier wegbrengen. Omdat het zijn verjaardag is, willen zijn collega's zijn rit wel van hem overnemen. Hij vindt het echter geen probleem en gaat toch op pad. Zijn konvooi loopt echter bij Tjiandjoer in een hinderlaag van de TNI en zijn drietonner wordt daarbij doorzeefd. Bertus komt hierbij om het leven en acht anderen raken gewond. Bertus ligt begraven op het Nederlands ereveld Menteng Pulo in Jakarta.

Na zeventig jaar krijgen vier van deze vijf oorlogsslachtoffers eindelijk weer een gezicht. Een blijvende herinnering in hun geboortedorp in de vorm van bijv. een straatnaam of een herinneringsbank in een park zal hun erkenning geven. Een tastbaar iets dat hun familie na al die jaren enorm zal waarderen.

Wie nog over aanvullende informatie beschikt, kan contact opnemen met de auteur op 0345-502583 of via zijn website www.oorlogsslachtofferswestbetuwe.nl.