• VVD fractievoorzitter Nanda van Doremalen spreekt de raad toe.

    Neeltje van Triest

Twee wethouders opgestapt, college gevallen: 'Het is een zooitje in Buren'

MAURIK Tijdens een extra ingelaste raadsvergadering in Buren, waarbij de ontslagbrieven van wethouders Keller en Russchen centraal stonden, liepen de emoties hoog op. Gemeentebelangen laat bij monde van fractievoorzitter Sander van Alfen als eerste weten 'de ondersteuning van de coalitie' op te zeggen. Daarna volgen veel verwijten naar de opgestapte wethouders, raadsleden de op hun strepen staan en het vormen van een nieuwe toekomst. En passant meldt Ellen van Dam officieel dat ze uit de PvdA is gestapt en als ,mevrouw van Dam' alleen verder gaat.

De VVD laat bij monde van Nanda van Doremalen weten al langer 'het gesprek kwijt te zijn'. Ze somt op dat de gemeenteraad ondanks dat al heel wat heeft weten te bereiken. Maar de kwesties rondom de sporthal en bibliotheek blijven 'om te huilen'. Ze benadrukt de bestuurlijke onervarenheid van de beide wethouders. Emotionele stabiliteit en politieke sensitiviteit ontbrak regelmatig. Ze verwijt beide wethouders dat ze teveel hun eigen koers varen en alleen communiceren via de media. Ze zetten in haar optiek de raad, en daarmee de democratie op deze manier onder druk. En van Alfen had deze wethouders aan moeten spreken op hun gedag, maar hij heeft geen regie en leiderschap getoond.

Van Dam vindt dat vanuit de inwoners gezien zelfreflectie op zijn plaats is. Ze ziet liever geen coalitie die ondergeschikt is aan het proces.

Monique Bettink (CDA) roert zich stevig in de discussie en vertelt exact wat ze van de ex-wethouders vindt. Keller vindt het politieke spel lastig, heeft moeite met de controlerende en kaderstellende raad en gaat zijn eigen gang. Bij de raadsleden ontbreekt het aan een visie, want de beoogde sporthal staat er nog steeds niet. Russchen heeft geen inzicht en blijft altijd roepen dat hij gelijk heeft, ook als het niet zo is. Hij begrijpt niet wat wel of niet gevoelig ligt in de raad.

ZOOITJE Joop de Jonge (PvdD) is uitgesproken. ,,Het is een zooitje in Buren'' scandeert hij. ,,De perikelen rondom de Brede School was ellende, nu is het een sporthal die 10 jaar terug al gebouwd had moeten worden. Toen is het management opgestapt en de gemeentesecretaris vervangen. Dat kostte veel geld. Ook nu is de gemeentesecretaris weg. Buren is te klein, we kunnen het niet aan, ik pleit voor herindeling.''.

Alda van Zijl (D66) hamert op de controlerende en kaderstellende functie van de raad. ,,Die kaders zijn overschreden door de wethouders, dat kunnen wij niet goedvinden. Bij de sporthal stelde de wethouder zijn eigen visie boven de raad. Dat moet je niet willen. En we hebben niet eens kunnen spreken over het nieuwe plan van de leesstimulering. De democratie moet wel bewaakt worden.''

Erik Zaaijer (PCG) heeft een heel ander idee bij de term 'goede samenwerking'. Het is volgens hem niet altijd goed gegaan. Maar hij kijkt liever naar de toekomst.

ONPROFESSIONEEL Arthur Warmer (PvdA) laat weten dat hij PvdA-wethouder Russchen medegedeeld had hem niet te steunen als hij eenzijdig een besluit zou nemen over de bibliotheekvoorziening. Hij vindt ook dat de collegeleden te makkelijk en te vaak op de stoel van de raadsleden gaan zitten. En hij benadrukt dat beide wethouders hun plannen politiek onverantwoord door de raad wilden drukken. ,,Ze hebben de zaken onprofessioneel en politiek onkundig aangepakt. Goed dat beide heren ontslag hebben genomen'', laat hij weten.

Wethouder Keller reageert duidelijk teleurgesteld op alle commotie. Hij heeft 14 maanden hard gewerkt en alle opdrachten met hart en ziel uitgevoerd. En passant benadrukt hij dat hij geen carrière hoefde te maken, die heeft hij al gehad. Wel is hij altijd dicht bij zichzelf gebleven om de inwoners te dienen. De voormalig wethouder voelt het als een verlies dat hij zijn taak niet af heeft kunnen maken, ondanks dat een aantal zaken toch niet helemaal goed zijn gegaan.

Russchen benadrukt de goede band met de raad. Dat kantelde in zijn ogen pas toen het over het bibliotheekwerk ging. Hij voelde wel dat de politieke spanningen zich doorvertaalden naar het college en de ambtelijke omgeving. ,,Ik heb lange tijd best prettig gewerkt, alleen de laatste periode was het iets minder'', besluit hij zijn betoog.